donderdag 1 maart 2018


20-06-2016 
Het leven op de Zuid-Franse camping. Deel één.
Naast ons staat een vriendelijke, ongeveer veertig jarige Duitser. Hij fiets veel maar zijn vrouw blijft thuis met een boek. Zij wil geen contact wat prima is, maar hij heeft al een gezellig gesprekje aangeknoopt. In het Duits vertel je, nadat hij dat vroeg, dat je al voor de derde keer hier bent, dus kind aan huis. Waar we eerder gestaan hebben? Nou altijd vooraan, direct aan het strand, aan zee. Hoe doen jullie dat, want het was een privilege die opgebouwd moest worden om vooraan bij zee te staan. Geen idee, gewoon geluk misschien en ik heb in het Frans gereserveerd en niet in het Duits. 
Zijn buurman is een dikke Duitser. Een karikatuur van zichzelf voor zover ik dat vriendelijk mag benoemen. Hij heeft een hagelwitte gloednieuwe Tabbert Caravan van Italiaans design -zoals vermeld staat op de flank- die heel lang is. Voortdurend zie ik hem met spullen sjouwen, want die man zit goed in de spullen. Hij is rond de zeventig en ik hoor hem met luide stem tegen de fiets buurman zeggen dat hij het geluk ervaart van vroeger geboren te zijn geweest. Een opmerking waarbij bij mij minstens éen wenkbrauw omhoog gaat en ik lang moet nadenken over deze filosofische uitspraak. 
Hij kijkt trots naar zijn caravan als hij vertelt dat hij twee internetconnecties heeft en twee flatscreens, want je wilt toch niet naar hetzelfde kijken als je vrouw? 
Als hij gaat koken doet hij het vlees op een elektrische rooster. Hij trekt een mooie koksschort aan over zijn polo en korte broek. Wij horen alsmaar wijn kurken ploppen en hij kijkt tevreden richting zee over zijn a-sociaal geplaatste windscherm die helaas voor ons nogal wat prachtig uitzicht wegneemt. Ik hoorde hem zelfs vlaggetjes timmeren aan zijn paal vanwege de EK voetbal, een Duitse vlag en een Franse ‘excuus’ vlag.
Aan de andere kant hebben we de baywatch. Een soort kraaiennest waar de hele dag twee vlotte bruine jongens van de Pompiers in zitten. Als ze voor zich kijken houden ze het strand en de zee in de gaten en kijken ze om dan zien ze ons, maar gelukkig vallen we niet in elkaars doelgroep dus is dat lekker rustig voor beide. Ze praten de hele dag door en illustreren hun gebabbel met muziek die onze smaak niet is maar de beide jongens zijn zo goed gemutst dat we de irritatie knop maar hebben uitgezet. 
Nu is het heel stil, er is voetbal op tv. Het sportcafé bij de entree van de camping ver weg van hier, zit vol. Je kan een kanon afschieten zo rustig. Ik hoor enkel de zee sabbelen aan het strand. 

Ik haast me met deze tekst op de IPad, want mijn lief wil ook kijken en een biertje. De zon is bijna onder, het strand voor ons is leeg en buurman en buurman zitten binnen, voor éen van de flatscreens.

woensdag 28 februari 2018

05-08-2015 Franse gewoontes. 
Als Nederlanders stokbrood eten, dan snijden wij daar sneetjes van en smeren daar iets op zoals kaas, paté of boter of andere fijne zaken. Wij beleggen de sneetjes stokbrood zoals wij onze boterhammen beleggen. Wij pakken dan zo'n sneetje stokbrood, steken dat in de mond en scheuren er met de tanden een hapklare hoeveelheid vanaf. Het ziet er niet heel erg charmant uit, maar in Nederland is dat heel gewoon. 
Doe je dat in Frankrijk dan zeggen ze daar niets van, maar de Fransen wenden hun blik af alsof je totaal niet opgevoed bent. Heel ongebruikelijk vinden ze dat. Hoe moet dat dan, je wilt toch al die lekkernijen op éen of ander manier binnen krijgen!

Zo: je breekt voorzichtig een hompje brood af zo groot als je in éen hap naar binnen wilt werken en dan snijd je de kaas of de paté af, belegt alleen dat ene kleine hompje en dat steek je in zijn geheel naar binnen. Nooit afhappen dus, het is maar dat je het weet. 
Geleerd van mijn broer, die al meer dan 32 jaar in Frankrijk woont. 

dinsdag 27 februari 2018

21 mei 2014
Op weg naar mijn klant.

Als je de achterbank plat legt van ons Lancia'tje, past mijn herten schilderij van 120x80cm er net in. Ik had afgesproken met de mevrouw dat ik hem vanmiddag zou komen brengen. Ze legde uit hoe ik moest rijden en ik stelde haar gerust dat ik navigatie had. 'Na de slagboom het pad inrijden en dan gewoon maar doorrijden dan kom je er vanzelf' beschreef ze. 'Ik neem mijn zoon mee,' stelde ik haar gerust. 
Na een half uur richting het oosten gereden te hebben en de wegen steeds smaller werden, passeerden we de slagboom. Het zorgvuldig aangeharkte pad, de oprijlaan waar geen einde aan leek te komen liep eerst door het bos en later door de hei. Privé hei. Na de laatste bocht doemde het huis op. Een klassiek residence van donkerbruin baksteen, gebouwd in het begin van de vorige eeuw. De vrouw des huizes opende de voordeur op het bordes terwijl Maarten en ik voorzichtig het schilderij uit de auto trokken. 
'Het schilderij is niet voor hier hoor', waarschuwde ze mij voor een vermoedelijk naderend stijlbreukje. 'Het is voor mijn zuzhje'. Ze sprak het uit als een zuchtje. 'Mijn zuzhje woont in Londen in het centrum, ze hebben er een tuin,' en ze keek daar veelbetekenend bij zodat ik het zeker niet zou onderschatten. Maarten en ik liepen achter haar aan door een grote hal, een kleinere lange hal links en we passeerden een bibliotheekje, kantoortjes, ?kamertjes en een keuken, met een groot centraal werkblad, ingebouwde kasten met klassieke ruitjes, alles van ossenbloedrood geverfd hout. 
Ze haalde in de gang het schilderij van opa in een krullenlijst van de muur en zei dat het hert zolang daar mocht hangen. Haar man kwam uit de keuken schuifelen, een zeventiger en slecht ter been. Samen keken ze naar het hert, ze vonden het mooi, al was het tussen al het antiek ineens een hip ding geworden. 'Mijn vader ging veel op jacht en schoot ooit op de Veluwe een moeflon, wil je hem zien?' Het klonk meer als een bevel dan een vraag en we wandelden achter haar aan naar de garage waar je met gemak een heel gezin kon huisvesten. Aan de wand hing de kop van het arme beest. 
'Die mag je ook schilderen' dreigde ze glimlachend. Ik vroeg haar of het een opdracht was, maar nee, eerst schilderen en dan misschien... Ik zei niks, maar wist nu al zeker dat ik het beest nooit op het doek zou gaan zien. 
Ze bood thee aan op het terras, maar wij wilden liever gewoon water. De heer des huizes strompelde voor. We wandelden op ons gemak door de eetkamer en de tuinkamer, perfect klassiek ingericht met een museum aan schilderijen aan de muur. De openslaande deuren door naar het zonovergoten terras. De warmte van de middag loomde zwaar en we namen plaats in de schaduw onder parasols. 
Zonder dat ik vroeg naar zijn manke been begon hij over een auto ongeluk, terwijl ik hun park met beelden achter hun huis in me op nam. Achter de coulissen van de rododendrons spoorde ik een punt van een zwembad. 
Even later kwam mevrouw met een zilveren dienblaadje met glazen op zilveren voetjes en een kristallen karafje met water en ijsblokjes. Terwijl ik dacht: kan het ook 'normaal', gaf ik me over aan dit toppunt van 'hoe het heurt' en speelde het spel ontspannen mee. 
Tot mijn verbazing rekten ze het gesprek op nadat Maarten en ik aangaven te willen vertrekken. Eindelijk lieten ze ons uit nadat ze nog naar een gewei wees op de buitenzijmuur, waar de vogels zo beeldig een nestje gemaakt hadden in het voorjaar. 
Ons autootje, dik in het grind geparkeerd hoefden we niet te keren, want de oprijlaan had voor het bordes een rotonde. 
Als vertrouwde familieleden zwaaiden ze ons uit... valt niet mee om tot de noblesse te behoren.