donderdag 31 oktober 2019

Stekkerjunk.
Beng! Klap ...over. De potten met gras uit de Intratuin vlogen door de auto. Ik zal je mijn vloekwoorden besparen maar het klonk aardig lomp voor mijn doen. En dan zo ineens zit je in een kop- en staartbotsing. Ik was de staart en twee auto's verderop de kop. Ik zag TE LAAT dat er voor mij geremd werd. Bovendien wilde ik niet te hard remmen vanwege een dikke auto vlak achter me die zich dan in mijn kofferbak zou boren.
En waarom zag ik te laat dat er geremd werd? Juist, ik zat OP MIJN TELEFOON te kijken... De file voor het stoplicht was TE saai om niet even snel een blik te werpen. En bovendien werd er langzaam gereden, dus dat kon best, vond ik... niet dus.
Ik keek naast me en ik zag politie. "Kunt u allen nog rijden? Ga dan even die zijstraat in" riep ze. 
Nadat we geparkeerd hadden, speelden de twee chauffeurs en ik even heel beleefd de rol van 'slachtofferhulp' maar toen het bleek dat we enkel materiële schade hadden en waarschijnlijk geen traumatische ervaring deelden, begonnen we braaf met ons huiswerk: het invullen van het schade formulier.
Thuis gekomen heb ik 'even Apeldoorn gebeld' en er werd later een afspraak gemaakt met het schadebedrijf die mijn koets weer zou oplappen. Dit was een maand geleden.
Dinsdag kon ik mijn auto brengen en er stond een vervangende auto klaar. "Alstublieft mevrouw, de sleutels, ik loop even met u mee, het is een elektrische auto". "O leuk" zei ik, "hoe ver kan ik daar mee rijden?" "100 km zei de man." "Huh? en wat moet ik na de 100 km?"
"Opladen!" zei hij doodleuk, maar zijn collega voegde toe: nee joh, je kan ook nog 140 km met benzine. De heren keken me wat onzeker aan. "Hoe ver moet u?"
Ik moest naar opa en nog wat andere dingen, er zou een file kunnen staan dus ik gokte: 200 km? ... of ik in een automaat kon rijden, nou dat lukte me gelukkig wel. 
"Dit hadden we even moeten overleggen misschien", mompelden de mannen. "Als het niet lukt moet u even bellen mevrouw, dan gaan we een oplossing zoeken."
Stiekem vond ik het wel spannend, ik zou wel zien met die stekkers enzo. Ik mocht achter het stuur plaats nemen in een soort cockpit en de man legde uit hoe ik moest starten, ontgrendelen en pedalen bedienen. Verder drukte, draaide en swipte hij wat heen en weer over knoppen en touchscreens, maar dat kon ik niet zo snel volgen. "Gebruiksaanwijzing ligt in het dachboard kastje!" prima joh ik kom er wel uit.
Hij wenste me veel succes en verliet de cockpit aan zijn zijde.
Het viel me op dat het doodstil was terwijl de auto 'aan' stond. Voorzichtig drukte ik het gaspedaal naar beneden en daar zoefde ik weg. Giechelend dacht ik aan enkele vriendinnen die hier stapelgek van zouden worden. Als ik het gas los liet, remde de auto. Uitrollen was geen optie. Gek gevoel, gekke auto. Gelukkig stond met koeienletters op de flanken geschreven dat de auto niet van mij was, want ik reed voor mijn gevoel in een belasting- en in een milieudelict. Iets waar de doorsnee Tesla chauffeur vast geen last van heeft geloof ik.
De volgende dag mocht ik dan verder rijden dan een ommetje. De auto rijdt echt heerlijk, zoeft smooth over het wegdek, maar al gauw zag ik mijn accu leeglopen dus kleefde ik met 90 zuinig achter een vrachtwagen. Ik kon toch makkelijk 100 km rijden? Maar al gauw ontdekte ik dat het sterk afhangt van je rijstijl. Bovendien is ie totaal niet aërodynamisch gebouwd en is ie zwaar. Op een gegeven moment was de accu bijna leeg. Ik wou dat opa een laadpaal in de straat had, want de stekker reikte niet tot zijn stopcontact en je moet een speciale verlengkabel hebben. Wat een probleem. In het dorp was ook al geen paal te vinden. Ik kan wel met benzine verder, maar dat wordt slurpen. 
Thuisgekomen heb ik hem meteen aangesloten, dat kan gelukkig hier makkelijk, maar wat moeten de mensen die in de stad wonen? Je kan niet zo maar kabels uitleggen over de straat. Er zal worden gevochten om een stopcontact bij een paal, je bent alleen nog maar bezig met het stillen van je stroomhonger! Ik ben benieuwd hoe dit opgelost wordt. Morgen mijn eigen wagentje weer terug en dan ben ik voorlopig verlost van mijn korte vervelende stroomverslaving.

maandag 30 september 2019


Leeftijd overpeinzing.

Ik was jarig, we hebben heerlijk gegeten in een restaurant en dan blik je (bij voorkeur ‘s nachts) even in stilte terug op de momenten die je leven getekend hebben, die momenten stapelen zich naar mate je ouder wordt op natuurlijk. 
Qua leeftijd zit ik gelukkig nog net in een periode die ‘in between’ lijkt te zijn en daarmee bedoel ik: vroeger toen ik klein was, was ik te jong voor bepaalde dingen en ooit komt er een periode dat ik te oud wordt, maar zo ver is het nog lang niet. 
Leeftijd is leef tijd, tijd om te leven. Maar hoe bizar is het eigenlijk om dat te tellen en te meten door middel van een optelsom van wentelingen om de zon. Want zo tellen we de jaren, door middel van wentelingen om de zon. 
Stel; er waren geen wentelingen om een zon. De leef tijd is een tijdspanne van a tot b en het tellen der jaren is een fictie. Dan is er geen tijd meer en dan is ‘tijd’ geen bestaand begrip.
Toch zal er een vorm van ontwikkeling zijn, maar die spanne krijgt een ander beschrijving. 
Ik bedoel: Sommige mensen leven intens en in hun leven gebeurt veel: verschillende relaties, werk en verschil van bezigheden. In hun leven gebeurt zo veel dat je hun leven met gemak zou kunnen uitsmeren over meerdere levens.
Er zijn ook mensen bij wie het rustiger aan toe gaat. Die leven min of meer minder bewust en/of minder intens. Hun leven ‘kabbelt’. Dat leven zou je kunnen comprimeren tot de helft of een derde van het leven van een persoon die intens leeft.
Zo kan je dus niet zeggen of iemand oud is of jong. 
Als iemand op hoog bejaarde leeftijd sterft die ‘niets’ heeft meegemaakt, kan je dan zeggen dat die persoon oud is?
Als iemand sterft die nog volop in het leven staat, en zeer intens heeft geleefd... dan was die persoon in weze ‘oud’...
Waarschijnlijk herken je personen om je heen (of jij zelf) die ergens passen in deze beschrijving, maar toch mag je mensen / jezelf er niet op beoordelen. Je kan niet zeker weten of iemand zus is of zo. 
Iemand kan ogenschijnlijk heel rustig lijken maar in stilte diepzinnig zijn. 
Iemand kan ogenschijnlijk zeer intens leven maar toch oppervlakkig zijn...dus leeftijd is een relatief begrip.

donderdag 29 augustus 2019















Spontaan gesprek met de visboer.
'Sta je alleen vandaag? Waar is je hulp' vroeg ik. 
'Die komt niet, haar schoonzus is vannacht plotseling overleden, 48 jaar, longembolie.' 
'Oh wat een drama', antwoordde ik, 'gecondoleerd!'
'Ik heb vandaag een rotdag mevrouw, ik stond om drie uur vanochtend op, mijn elektronica deed het niet, ik moest op bestelling 60 tongetjes fileren, 40 haringen schonen, maar dat lukte dus niet zonder mijn maatje. De klant werd pissig en schold tegen me. Ik kreeg het vandaag niet voor elkaar, echt, dat zijn dagen dan heb ik een hekel aan mijn werk... 
Ik zei troostend: "maar zo'n drama overstijgt toch alles..." Toen begon hij te vertellen, hij leunde over de toonbank, er stonden veel klanten maar hij nam zijn tijd: 
"mijn moeder van 86 had 16 kinderen, twee ervan zijn overleden, allebei verongelukt. Mijn ouders waren diep gelovige mensen. Op een dag belde ze me op, midden op de dag, ik was ant werk. Ze schreeuwde het uit door de telefoon: arm uit de kom. Ik liet alles vallen, klep dicht, aankoppelen en naar huis, direct met haar naar het ziekenhuis. De arts zei ga maar even op de gang, het doet nogal zeer. Waarom geef je haar geen roesje, vroeg ik. Doen we, werd gezegd. Even later mocht ik erbij en zag bloed lopen op het bed. "Sorry meneer, ze heeft een slagaderlijke bloeding gehad in haar hals." Ze hadden zo hard aan haar arm getrokken dat haar ader lek gesprongen was. Ze heeft nog drie dagen geleefd, en op haar sterfbed zei mijn moeder tegen ons: 'geloof in de heer, maar leef!' Toen blies ze haar laatste adem uit en mijn broers en ik begonnen spontaan te zingen. Terwijl we zongen zag ik haar gezicht 40 jaar jonger worden... 40 jaar mevrouw, we hebben haar witte kleren aangedaan en zo is ze begraven. Zeven jaar later zei mijn vader net voor hij stierf: 'geloof in de heer, maar leef!' tijdens de begrafenis in de kerk -wij zingen nooit in de kerk- werd spontaan gezongen door mij en mijn broers. Mevrouw sommige dingen begrijp je niet, want ik voel mijn moeder iedere dag bij me. En ze is gelukkig. gelukkiger dan ooit." Hij keek me aan met een warme glans in zijn ogen...
Inmiddels was mijn visje gebakken en nam ik afscheid, ondanks alle tegenslag en het drama, wenste ik hem een mooie dag en dankte hem voor zijn bijzondere verhaal, die ik even moest verwerken...


donderdag 2 augustus 2018















1 juli 2018 ‘Schiet nou is op! Jullie staan daar maar dom te lullen!’ krijst de rood aangelopen vrouw haar frustratie naar ons toe.
Even goedkoop tanken in Luxemburg. Voor je het weet ben je een fuik ingereden waar niemand meer uitkomt. Tig pompen op een rij en éen betaalterminal in de volle zon die gedeeld moet worden met een horde mensen. Allemaal Nederlanders die een tientje willen besparen, niet wetend dat het meer dan een uur gaat duren omdat iemand vóor ons in de rij een typfout maakte en daarmee het hele systeem opblies. De tank was onbruikbaar. Help! Maar hulp was er niet. Één overspannen kassière die me bijna huilend mededeelde dat ze er helemaal alleen zat. Gelukkig kon ze iemand bellen, maar voor dat díe er was... We hielpen de man voor ons om nog eens dit of dat te proberen, maar het systeem bleef falen. Gelukkig konden we er om lachen omdat wij nog humor hadden en een beetje in de tank, maar van achteruit de rij kwam iemand met stoom uit de oren...


24 juni 2018 Groetjes van Tabbert...
Hij lachte breeduit toen we afgelopen vrijdag weer naast hem kwamen staan.
Hij was in een jaar ineens ouder geworden, een jasje uitgedaan. Al gauw leunde hij lichtjes comfortabel met zijn armen over zijn enorme windscherm van acht meter lang. Achter hem zijn reuze Tabbert Puccini 655e van tachtigduizend euro. Nu na jaren merkten we dat hij gewoon sympathiek is en eigenlijk ook heel belangstellend naar ons.
Best een aardige man, al is hij een type over wie de verbeelding spreekt en dus een makkelijke prooi voor een karikatuur.
Hij staat hier zes weken met zijn min of meer introverte vrouw. Toen ik vroeg of het goed gaat met hen en met hun gezondheid, keek hij me aan, wachtte even en in dat moment ‘hoorde’ ik genoeg waarna ik een leukere vraag stelde. We zijn benieuwd hoe lang ze hier nog kunnen komen, laat ze maar lekker genieten, ik zal hem niet meer plagen.
We zien ze vaker, aandoenlijke oude stelletjes met hun vintage antieke caravans al dan niet met doorgehangen voortent. Kamperen is iets wat ze altijd gedaan hebben. Vroeger met de kinderen en daarna met de kleinkinderen, altijd hier.
Mensen met tradities, waarbij soms de verveling zou kunnen toeslaan, maar ik zie ze genieten, zolang het duurt en zolang het nog kan...
Ze doen weinig, ze zitten en kijken naar de zee of naar het uitzicht of lezen een krant of een boek.
De bejaarde-light vrouwen lopen- en liggen nog steeds topless met hun ooit zo mooie jonge lijf, nu alleen nog maar mooi. Het mag, zij hebben immers die privilege verworven, zich vrijgevochten uit de preutse tijd. Respect en dat verdienen- en krijgen ze.















20 juni 2018 Op het strand.
Hoe komt het toch, dat als je op een half leeg strand zit, een echtpaar besluit om op anderhalve meter afstand naast je te gaan zitten.
Ze zijn rond de veertig, ‘flink’ zal ik maar zeggen en ze hebben een bolderkar bij zich met een ruim assortiment strandbenodigdheden. 
Ze hebben al een flinke wandeling achter de rug en ze zien er verhit uit. Zij geeft hem zwijgend de spullen aan. Een bed en nog een bed, hij klapt ze uit en zet ze neer. 
Dan komt er een grote parasolschroef die hij tussen de twee bedden in het zand draait. Ze kijkt hoe hij dat doet en geeft hem even later de parasol aan die hij in de schroef schuift en hem voorzichtig opent. Helaas staat zij iets te dicht bij haar waarneming en controle en een parasolpunt raakt bijna haar haar. Verschrikt kijkt hij haar verontschuldigend aan, welke zij beantwoordt met een dodelijke blik.
Het resultaat is niet wat ze gewenst had, want de schaduw blijkt niet over de bedden te vallen maar elders op het hete zand.
Ik zou zeggen, schuif je de bedjes een eindje op, maar nee de parasol en de schroef moeten er weer uit en zij wijst aan waar hij bij de tweede poging ingedraaid moet worden.
Weer zit ze bijna met haar snufferd in de punten toen het doek uitgevouwen werd, en weer die blik.
Daarna schuift hij hem te hoog, daarna te laag maar uiteindelijk lijkt het oké.
Mijn geloer wordt opgemerkt en ook ik krijg een blik van haar, waarbij ik het gevoel krijg dat ‘irritatie’ haar standaard emotie is.
Ik draai me om naar de zee als ze op het bedje gaat liggen met het voeteneind naar ons toe gericht. Verder uitleg daarover laat ik aan je verbeelding over...of niet.










15 juni 2018 Le Camargue
Eén van de eerste keren dat ik een film zag, was in de tweede klas van de lagere school. Het ging over een armoedig jongetje die met zijn opa in de Camargue woonde. Hij leerde een wilde witte hengst temmen. Omdat het zo’n bijzonder paard was, wilde 
‘boeven’ het paard van hem hebben, doch het paard was wild en dus van niemand, maar het paard en het jongetje waren inmiddels onafscheidelijk. De boeven joegen het paard en het jongetje op, maar lieten zich niet onderwerpen en dreven beiden de zee in tot de dood erop volgde....
Ik sliep er een week niet van, steeds herhaalden zich de beelden van het jongetje die vastgebonden aan het paard door het moeras werd gesleept. Vreselijk. Een jaar later werd de film weer vertoond en wilde ik het niet zien en mocht alleen in het klaslokaal tekenen, wachtend tot de film klaar was.
Zo wist ik ook dat Saintes Marie de la Mer een bijzondere plek was, Maria Magdalena was er ooit met haar zus aan land gekomen, bootvluchtelingen avant la lettre ... en het was een toevluchtsoord voor zigeuners. Mijn fantasie sloeg op hol, flamenco, gitaarmuziek, paarden, stierenvechten, etc.
Ik wilde de Camargue altijd een keer zien en dat is nu gebeurd.
Vandaag gingen we er naar toe maar de tand des tijds heeft het veranderd. Rond het beroemde kerkje werden we belaagd door zigeunervrouwen die me ongevraagd een Jezus speldje opprikten voor vijf euro. Daarvoor werd ik wel vele malen heilig verklaard en grepen ze keer op keer mijn hand die ze wilden lezen. Dom, want ik ‘lees’ zelf en dat hadden ze kunnen weten als ze spiritueel genoeg waren. Ik vond het wel vermakelijk.
Tegenover de stierenvechtarena dronken we een biertje en vermaakten we ons met volk wat stond te dringen om binnen te komen. Het vee wat aan de andere kant werd aangevoerd had er duidelijk minder zin in. En er was ook kermis, kortom een gekkenhuis daar, de Camargue is en blijft bijzonder, maar inmiddels helaas overspoeld door alles wat het kwetsbare gebied bedreigt.
We hebben wel genoten van de roze flamingo’s, kuddes witte paarden, zwarte stieren en de prachtige natuur met het bijzondere licht. De volgende dagen gaan we nog naar Nimes en Arles. Liefs en groetjes uit Crespian.