zondag 4 maart 2018

7-10-2016 
Het stormt, en dan bedoel ik niet een beetje meer wind dan anders, maar orkaankracht. Gelukkig niet hier maar in het zuidelijk deel van noord Amerika. De herinneringen aan Andrew.
September 1992. De voorbereidingen voor mijn reis voor Wehkamp naar Miami waren in volle gang. De lay-outs voor de pagina's van de kinderkledingproductie waren klaar. Mijn team, waarbij ik de rol had als art-director, de fotograaf Freek Esser en zijn assistent, een styliste, een kapster en de vliegtickets, plus een hotel aan de Ocean Drive waren al geboekt. We zouden tien dagen voor de Wehkamp kinderkleding fotograferen met een harde deadline en een strakke planning. Pezen dus, zoals gewoonlijk. Alleen de orkaan Andrew, die voor vertrek ineens onze plannen in de war wilde sturen, zou voor een hoop ellende zorgen.  Mijn opdrachtgever en het management lieten aan mij de keuze of ik durfde te gaan of niet. De orkaan kwam recht over Miami heen en liet een spoor van ellende en verdriet achter. 
Toen moest ik een keuze maken, maar die had ik snel genomen. Nadat ik per fax contact had gehad met het hotel en de modellenbureaus waar we onze kinderen boekten, overlegde ik met mijn team en probeerde hun te motiveren door het als een sociale daad te beschouwen om een klein stukje economie op gang te brengen. Iedereen was gelukkig meteen positief om zich in het avontuur te storten. Er waren wel wat moeilijkheden, het vliegveld van Miami was gesloten want het dak was weggewaaid, dus we weken uit naar Orlando. Van daaruit met een bus. De containers met kleding moesten als handbagage mee. Er was een noodklok, na acht uur mocht je niet meer op straat. Er kwam nog geen water uit de kraan, dus water uit plastic flessen. Er werd in het hotel nog niet gekookt, maar er was wel 'iets': broodjes, koeken, candybars en cola. Later was er pasta en bier. 
De eerste ochtend toen het licht werd, konden we de chaos aanschouwen. Er was een monster over de stad gegaan. Verkeerslichten hingen schots en scheef en lagen op de grond, alles was kapot, bomen lagen over de wegen en hadden zich in huizen geboord. Winkels waren gesloten, restaurants dicht. 
Het was prachtig weer, windstil en tegen de 100 gr Fahrenheit. Mensen liepen verdwaasd rond.
Het modellenbureau waar we de kinderen boekten was enthousiast en dankbaar dat we de ellende getrotseerd hadden. Dat bleek ook toen we aan het werk gingen. We hoorden vreselijke verhalen van de kinderen over wat men had mee gemaakt. Een vader die met een zwaar gewond kind in zijn armen moest wachten tot de storm voorbij was en hulp te lang uitbleef. Tijdens de storm overleed het kind. Ouders heden geen werk meer, werden niet opgevangen en de kinderen voor de camera werden kostwinners.
De eerste fotografiedag zat ik met mijn spullen op mijn vouwkrukje op het strand geduldig te wachten tot iedereen klaar was en we aan het werk konden. Ik was maar even ergens gaan zitten, iedereen was bezig met zijn eigen dingen en dan moet je even niemand storen. Het was heel stil. Ik keek om me heen en ik keek naar het zand. Ik schrok me een hoedje toen naast mijn kruk een Ken "Barbie'pop me lag aan te staren in smoking! Wat een toeval! 'Zo', zei ik hard op tegen Ken, 'heb jij de storm overleefd?' Ken kon niet anders dan grijnzen en staren. Die neem ik mee voor Nathalie en ik stopte de pop in mijn tas.
Na enkele dagen kwam het normale leven weer een beetje op gang. We konden niet de snelheid bereiken qua hoeveelheid opnames die we normaal hadden, maar het ging. We hebben veel bij de zee gefotografeerd en de achtergronden vaag gehouden. Uiteindelijk was het resultaat goed. 
Een jaar later waren we weer terug en was er niets meer van de ravage te zien.
Het was een reis vol met emoties en we waren blij en voldaan dat we het gedaan hebben.

vrijdag 2 maart 2018

01-07-2016
Het leven op de Zuid Franse camping, deel drie.
Zo. We zijn verhuisd. Vanochtend vroeg tijdens het inpakken begon onze vriendelijke Duitse buurman ineens te praten. Gezellig, maar als je weg wilt heb je ineens een hoop te doen, maar je blijft beleefd. Hij vond Amsterdam zo mooi en hij was ook eens in een recreatiepark in Petten geweest. 'Kennen Sie das nicht?" vroeg hij verbaasd. 
De Duitse buurman met de grote Tabbert riep van twee hegjes verder ons jolig toe: "alle Hollander fahren ab um sechs, und sie sind noch immer nicht weg!" In mijn beste Duits riep ik terug dat wij als Hollanders betaald tot hebben tot tien uur, wij echt niet eerder weggaan dan tien uur! Hahaha, dat snapte hij. We werden zelfs uitgezwaaid! 
Na een prachtige tocht binnendoor door de ‘kakwijk’ van Frankrijk: St Maxime, St. Tropez en Fréjus zijn we na ook een stukje snelweg aangekomen op ons nieuwe verblijf op de camping bij Vence in het bos, niet ver van Nice. 

Eindelijk schaduw, heerlijk en rustig. Als ik om me heen kijk en je zou zeggen: je staat bij Harskamp zou ik het ook direct geloven. Ga je van je plek weg dan is het totaal iets anders gelukkig. Het zal bij Harskamp ook niet zo kruidig ruiken als hier. De zon zal er ook niet dagelijks schijnen en met 26 graden is het voorlopig weer goed te doen. Liefs en groetjes uit zuid Frankrijk.
26-06-2016
La vie a la Mediterranée, deel twee.
"Zullen we straks een visje gaan eten bij zee in de buurt van Miramar bij Cannes?" vraagt mijn lief ‘s morgens. Visjes eten aan zee is éen van mijn grootste hobby's waar dat dan ook is, dus ja graag. 
We rijden even later met open dak een mooie tocht door de bergen, of beter gezegd ‘racen’ want hij krijgt altijd een soort Max-Verstappen-koorts bij dit soort wegen. Rechts rotsen stijl omhoog en links rotsen stijl naar beneden, door een bosachtig gebied en een riviertje ergens ver beneden. 
Bij zee aangekomen en ben ik ietwat draaierig van de bochten. De de rotsen zijn donkerrood van kleur typerend voor het Esterel gebergte. Tegen de rotsen staat o.a het prachtige 'Bubble' huis van Pierre Cardin, gebouwd in de jaren 70.
Niet veel later zitten we glazig over zee te staren en kabbelt ons gesprek. Dan verschijnt de ober, wacht even... stel je voor: een type Louis de Funès met zwart geverfd haar en een Rayban op. In de hoop dat hij je niet kan volgen rebbelt hij met een Zuid-Frans accent twee suggesties van de chef die niet op de menukaart staan. Dorade en iets met 'filet de loup', geen idee wat het laatste precies is, maar uit ervaring weet ik inmiddels dat het goed te bikken is. Verder gaf hij de menukaart en kwam hij ook een met een handgeschreven schoolbord met een lijst dagelijks wisselende suggesties. We bestelden “une bière, et...." hé niet weglopen Louis...... hierrrr en luister: wij wilden graag de dorade en de 'loup', maar volgens hem is dat laatste niet mogelijk. Waarom niet? Louis zegt dat de 'loup' ook op de menukaart stond en dat werd niet geserveerd. Wat waren dan 'de suggesties’ die hij opnoemde vroeg ik? De dorade en de 'loup'. Nou dat willen wij dan. Waarom geeft die man een menukaart en een schoolbord plus wat extra tekst, terwijl je daar überhaupt niet van kan bestellen?
Hoe leuk is het om de chaos te volgen die Louis veroorzaakt. Het hele personeel was constant in discussie om te snappen wie wat besteld had. Om de haverklap kregen we van alles op tafel waar we niet om gevraagd hadden. Erg vermakelijk. 
Na een uur liet Louis ons trots de vis zien die uit de oven kwam en na die bejubeld te hebben kwam het even later als filet retour. Inclusief een ratatouille en een salade.
Een tafel verderop zat een Amerikaanse familie met verveelde kinderen. Louis sprak en verstond alleen zijn Frans maar de Amerikanen niet. Chaos compleet. Lang nadat ze besteld hadden kwam iets op tafel wat een volkomen verrassing bleek. De kinderen lustten het niet en er werd opnieuw besteld. Toen dat uiteindelijk op tafel kwam zaten de kinderen er verveeld in te prikken en rende even later weg na nauwelijks gegeten te hebben, een slagveld achterlatend. 

We hebben heerlijk gegeten en gezeten. Ons vermaakt met te blond, gebotoxte en opgespoten voorgevel dames en Badr Harri-achtige foute clientèle, in deze buurt een onvermijdelijk soort, leuk voor even, maar blij dat we ons nu toch weer in ons schaduwrijke 'Harskamp' zitten.

donderdag 1 maart 2018


20-06-2016 
Het leven op de Zuid-Franse camping. Deel één.
Naast ons staat een vriendelijke, ongeveer veertig jarige Duitser. Hij fiets veel maar zijn vrouw blijft thuis met een boek. Zij wil geen contact wat prima is, maar hij heeft al een gezellig gesprekje aangeknoopt. In het Duits vertel je, nadat hij dat vroeg, dat je al voor de derde keer hier bent, dus kind aan huis. Waar we eerder gestaan hebben? Nou altijd vooraan, direct aan het strand, aan zee. Hoe doen jullie dat, want het was een privilege die opgebouwd moest worden om vooraan bij zee te staan. Geen idee, gewoon geluk misschien en ik heb in het Frans gereserveerd en niet in het Duits. 
Zijn buurman is een dikke Duitser. Een karikatuur van zichzelf voor zover ik dat vriendelijk mag benoemen. Hij heeft een hagelwitte gloednieuwe Tabbert Caravan van Italiaans design -zoals vermeld staat op de flank- die heel lang is. Voortdurend zie ik hem met spullen sjouwen, want die man zit goed in de spullen. Hij is rond de zeventig en ik hoor hem met luide stem tegen de fiets buurman zeggen dat hij het geluk ervaart van vroeger geboren te zijn geweest. Een opmerking waarbij bij mij minstens éen wenkbrauw omhoog gaat en ik lang moet nadenken over deze filosofische uitspraak. 
Hij kijkt trots naar zijn caravan als hij vertelt dat hij twee internetconnecties heeft en twee flatscreens, want je wilt toch niet naar hetzelfde kijken als je vrouw? 
Als hij gaat koken doet hij het vlees op een elektrische rooster. Hij trekt een mooie koksschort aan over zijn polo en korte broek. Wij horen alsmaar wijn kurken ploppen en hij kijkt tevreden richting zee over zijn a-sociaal geplaatste windscherm die helaas voor ons nogal wat prachtig uitzicht wegneemt. Ik hoorde hem zelfs vlaggetjes timmeren aan zijn paal vanwege de EK voetbal, een Duitse vlag en een Franse ‘excuus’ vlag.
Aan de andere kant hebben we de baywatch. Een soort kraaiennest waar de hele dag twee vlotte bruine jongens van de Pompiers in zitten. Als ze voor zich kijken houden ze het strand en de zee in de gaten en kijken ze om dan zien ze ons, maar gelukkig vallen we niet in elkaars doelgroep dus is dat lekker rustig voor beide. Ze praten de hele dag door en illustreren hun gebabbel met muziek die onze smaak niet is maar de beide jongens zijn zo goed gemutst dat we de irritatie knop maar hebben uitgezet. 
Nu is het heel stil, er is voetbal op tv. Het sportcafé bij de entree van de camping ver weg van hier, zit vol. Je kan een kanon afschieten zo rustig. Ik hoor enkel de zee sabbelen aan het strand. 

Ik haast me met deze tekst op de IPad, want mijn lief wil ook kijken en een biertje. De zon is bijna onder, het strand voor ons is leeg en buurman en buurman zitten binnen, voor éen van de flatscreens.

woensdag 28 februari 2018

05-08-2015 Franse gewoontes. 
Als Nederlanders stokbrood eten, dan snijden wij daar sneetjes van en smeren daar iets op zoals kaas, paté of boter of andere fijne zaken. Wij beleggen de sneetjes stokbrood zoals wij onze boterhammen beleggen. Wij pakken dan zo'n sneetje stokbrood, steken dat in de mond en scheuren er met de tanden een hapklare hoeveelheid vanaf. Het ziet er niet heel erg charmant uit, maar in Nederland is dat heel gewoon. 
Doe je dat in Frankrijk dan zeggen ze daar niets van, maar de Fransen wenden hun blik af alsof je totaal niet opgevoed bent. Heel ongebruikelijk vinden ze dat. Hoe moet dat dan, je wilt toch al die lekkernijen op éen of ander manier binnen krijgen!

Zo: je breekt voorzichtig een hompje brood af zo groot als je in éen hap naar binnen wilt werken en dan snijd je de kaas of de paté af, belegt alleen dat ene kleine hompje en dat steek je in zijn geheel naar binnen. Nooit afhappen dus, het is maar dat je het weet. 
Geleerd van mijn broer, die al meer dan 32 jaar in Frankrijk woont. 

dinsdag 27 februari 2018

21 mei 2014
Op weg naar mijn klant.

Als je de achterbank plat legt van ons Lancia'tje, past mijn herten schilderij van 120x80cm er net in. Ik had afgesproken met de mevrouw dat ik hem vanmiddag zou komen brengen. Ze legde uit hoe ik moest rijden en ik stelde haar gerust dat ik navigatie had. 'Na de slagboom het pad inrijden en dan gewoon maar doorrijden dan kom je er vanzelf' beschreef ze. 'Ik neem mijn zoon mee,' stelde ik haar gerust. 
Na een half uur richting het oosten gereden te hebben en de wegen steeds smaller werden, passeerden we de slagboom. Het zorgvuldig aangeharkte pad, de oprijlaan waar geen einde aan leek te komen liep eerst door het bos en later door de hei. Privé hei. Na de laatste bocht doemde het huis op. Een klassiek residence van donkerbruin baksteen, gebouwd in het begin van de vorige eeuw. De vrouw des huizes opende de voordeur op het bordes terwijl Maarten en ik voorzichtig het schilderij uit de auto trokken. 
'Het schilderij is niet voor hier hoor', waarschuwde ze mij voor een vermoedelijk naderend stijlbreukje. 'Het is voor mijn zuzhje'. Ze sprak het uit als een zuchtje. 'Mijn zuzhje woont in Londen in het centrum, ze hebben er een tuin,' en ze keek daar veelbetekenend bij zodat ik het zeker niet zou onderschatten. Maarten en ik liepen achter haar aan door een grote hal, een kleinere lange hal links en we passeerden een bibliotheekje, kantoortjes, ?kamertjes en een keuken, met een groot centraal werkblad, ingebouwde kasten met klassieke ruitjes, alles van ossenbloedrood geverfd hout. 
Ze haalde in de gang het schilderij van opa in een krullenlijst van de muur en zei dat het hert zolang daar mocht hangen. Haar man kwam uit de keuken schuifelen, een zeventiger en slecht ter been. Samen keken ze naar het hert, ze vonden het mooi, al was het tussen al het antiek ineens een hip ding geworden. 'Mijn vader ging veel op jacht en schoot ooit op de Veluwe een moeflon, wil je hem zien?' Het klonk meer als een bevel dan een vraag en we wandelden achter haar aan naar de garage waar je met gemak een heel gezin kon huisvesten. Aan de wand hing de kop van het arme beest. 
'Die mag je ook schilderen' dreigde ze glimlachend. Ik vroeg haar of het een opdracht was, maar nee, eerst schilderen en dan misschien... Ik zei niks, maar wist nu al zeker dat ik het beest nooit op het doek zou gaan zien. 
Ze bood thee aan op het terras, maar wij wilden liever gewoon water. De heer des huizes strompelde voor. We wandelden op ons gemak door de eetkamer en de tuinkamer, perfect klassiek ingericht met een museum aan schilderijen aan de muur. De openslaande deuren door naar het zonovergoten terras. De warmte van de middag loomde zwaar en we namen plaats in de schaduw onder parasols. 
Zonder dat ik vroeg naar zijn manke been begon hij over een auto ongeluk, terwijl ik hun park met beelden achter hun huis in me op nam. Achter de coulissen van de rododendrons spoorde ik een punt van een zwembad. 
Even later kwam mevrouw met een zilveren dienblaadje met glazen op zilveren voetjes en een kristallen karafje met water en ijsblokjes. Terwijl ik dacht: kan het ook 'normaal', gaf ik me over aan dit toppunt van 'hoe het heurt' en speelde het spel ontspannen mee. 
Tot mijn verbazing rekten ze het gesprek op nadat Maarten en ik aangaven te willen vertrekken. Eindelijk lieten ze ons uit nadat ze nog naar een gewei wees op de buitenzijmuur, waar de vogels zo beeldig een nestje gemaakt hadden in het voorjaar. 
Ons autootje, dik in het grind geparkeerd hoefden we niet te keren, want de oprijlaan had voor het bordes een rotonde. 
Als vertrouwde familieleden zwaaiden ze ons uit... valt niet mee om tot de noblesse te behoren.